Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
0,27 (96/365x1).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder geldige vergunning op 1 maart 2022 in Breda. Betrokkene stelde dat zijn vergunning was verlopen en dat hij direct een nieuwe had aangevraagd, maar ontving geen herinnering van de gemeente. Hij verzocht om matiging van de boete naar een dagtarief.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende een schending van de hoorplicht en verzocht om matiging van 25%. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd, maar oordeelde dat de schending van de hoorplicht leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.
De boete werd daarom gematigd tot € 75,- plus administratiekosten van € 9,-. Tevens moet het teveel betaalde bedrag van € 25,- aan betrokkene worden terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot € 75,- plus administratiekosten.