Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn voertuig niet verzekerd was op 31 mei 2022. Betrokkene voerde aan dat het voertuig een Oldtimer betrof, niet op de openbare weg was geweest, geschorst was en in restauratie verkeerde. Tevens stelde hij dat het RDW niet tijdig had gewaarschuwd voor het verlopen van de schorsing.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende een schending van de hoorplicht en onterechte aanmaningen door het CJIB. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde de boete tot nihil vanwege de procedurele tekortkomingen en de onterechte verhogingen.
De officier van justitie werd opgedragen de teveel betaalde bedragen aan zekerheid en verhoging terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het voertuig is gematigd tot nihil en onterechte verhogingen worden terugbetaald.