Belanghebbende, ingeschreven in Nederland maar woonachtig in België, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete omdat hij een in Frankrijk geregistreerde auto gebruikte in Nederland zonder mrb te betalen.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als houder van het voertuig moet worden aangemerkt omdat hij het voertuig feitelijk ter beschikking had tijdens het gebruik in Nederland. De naheffingsaanslag over de periode van april 2019 tot maart 2022 is terecht opgelegd, aangezien belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in die periode geen beschikking had over de auto.
De verzuimboete wordt wel verminderd tot 50% van het oorspronkelijke bedrag, omdat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boetebeschikking betreft, en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie.