ECLI:NL:RBZWB:2024:181
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervolgingskosten dwangbevel motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte vervolgingskosten voor het betekenen van een dwangbevel in verband met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. De ontvanger had een naheffingsaanslag opgelegd en een verzuimboete opgelegd, waarna belanghebbende bezwaar maakte dat werd afgewezen. Vervolgens bracht de ontvanger aanmaningskosten en kosten van het dwangbevel in rekening.
Belanghebbende stelde dat hij de aanmaning nooit had ontvangen omdat hij regelmatig geen post op zijn woonadres ontvangt. De rechtbank overwoog dat de ontvanger aannemelijk moest maken dat de aanmaning daadwerkelijk was verzonden en aangeboden aan een postvervoerbedrijf. Uit een verzendrapportage bleek dat de aanmaning op 21 december 2021 aan PostNL was aangeboden.
De rechtbank vond dat dit voldoende bewijs vormde dat de aanmaning was verzonden naar het juiste adres. De enkele stelling van belanghebbende dat hij soms geen post ontvangt, was onvoldoende om het tegendeel te bewijzen. Daarom waren de aanmaningskosten en dwangbevelkosten terecht in rekening gebracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de in rekening gebrachte vervolgingskosten wordt ongegrond verklaard en de kosten blijven in stand.