ECLI:NL:RBZWB:2024:1836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en handhaving aanslag OZB gemeente Vlissingen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €178.000 per 1 januari 2020, en betoogde dat de waarde maximaal €151.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatierapport en vergelijkingen met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet in strijd had gehandeld met de Awb of de Wet WOZ door bepaalde stukken niet toe te zenden en dat het motiveringsbeginsel niet was geschonden. De waarde is vastgesteld op basis van de marktwaarde, waarbij de aankoopprijs van belanghebbende en vergelijkingsmethoden werden betrokken.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de aankoopprijs niet marktconform was, ondanks haar stellingen over overlast en verslechterde ligging. De heffingsambtenaar had rekening gehouden met de ligging door een factor 1 toe te passen in de vergelijking met referentiewoningen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en worden de aanslag OZB en de kostenveroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.