Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de ontruiming van studio nummer 1 en betaling van een huurachterstand van €7.275,00. Gedaagde 1 erkent de huurachterstand en het gebruik van de studio, terwijl gedaagde 2 betwist huurder te zijn van deze studio.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde 2 geen huurovereenkomst heeft gesloten en daarom niet de juiste partij is; de vordering tegen hem wordt niet-ontvankelijk verklaard. De huurovereenkomst met gedaagde 1 is stilzwijgend verlengd na de oorspronkelijke termijn en de huurachterstand is erkend.
Gelet op de niet-betaalde huur en het belang van eiseres om de studio weer te kunnen verhuren, wordt de vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand toegewezen. Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken, betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente vanaf 8 februari 2024, en vergoeding van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand wordt toegewezen tegen gedaagde 1 en eiseres wordt niet ontvankelijk verklaard tegen gedaagde 2.