Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV en stelt dat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 28 april 2023, ontvangen op 1 mei 2023. De rechtbank beoordeelt dat het UWV de beslistermijn van zeventien weken plus een verlenging van zes weken heeft overschreden, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het UWV op 17 oktober 2023 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken. Het UWV heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar kon geen concrete termijn noemen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van € 51,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 maart 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.