Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
hetdoor hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) in botsing is gekomen met een overstekende voetgangster, door welk verkeersongeval,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
primair: overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;
een taakstraf van 80 (tachtig) uur, subsidiair 40 (veertig) dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 (veertig) uur, subsidiair 20 (twintig) dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden, waarvan 11 (elf) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;