ECLI:NL:RBZWB:2024:1885
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis verdachte moordzaken
Op 14 maart 2024 is een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend door de raadsman van verdachte, die wordt verdacht van drie moorden met een automatisch vuurwapen. Verdachte zit in voorlopige hechtenis op grond van de 12-jaarsgrond en verzoekt de voorlopige hechtenis te schorsen om een onherroepelijke gevangenisstraf van 47 maanden uit te zitten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft zowel de officier van justitie als de raadsman gehoord. Verdachte heeft schriftelijk afstand gedaan van het recht om gehoord te worden. Eerder, op 29 februari 2024, werd een identiek verzoek afgewezen omdat de rechtbank meer duidelijkheid wilde over het gevangenisregime en de mogelijkheid van detentiefasering, waarbij verdachte mogelijk buiten de gevangenis zou komen.
Op de zitting van 20 maart 2024 heeft de raadsman nieuwe informatie overgelegd dat verdachte tot 6 januari 2025 aan het gevangenisregime onderworpen zal zijn. Deze informatie is echter onvoldoende om te bepalen of er sprake zal zijn van detentiefasering in die periode. De rechtbank ziet daarom reden om het verzoek tot schorsing af te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het gevangenisregime.