ECLI:NL:RBZWB:2024:1894
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgregeling en verdeling zorg- en opvoedingstaken voor minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de GI tot vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige die onder toezicht staat van de GI. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de moeder is niet verschenen bij de zitting. De minderjarige woont bij de moeder en de zorgregeling is mede gebaseerd op een eerder concept ouderschapsplan en advies van Juvent.
De GI verzoekt een uitvoerbare zorgregeling met specifieke wisseldagen, wisseltijden, en een gedetailleerde regeling voor vakanties, feestdagen en contactmomenten, waaronder telefonisch/beeldbelcontact tijdens de zomervakantie. De vader onderschrijft het belang van een zorgregeling en benadrukt het belang van rust en duidelijkheid, maar uit bezwaren over de praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde telefonische contactmomenten.
De kinderrechter oordeelt dat de afspraken uit het concept ouderschapsplan een goede basis vormen, maar dat vanwege het ontbreken van oudercontact en onenigheid over vakanties en contactmomenten een rechterlijke vaststelling noodzakelijk is. De regeling wordt grotendeels toegewezen, met uitzondering van de tussentijdse telefonisch/beeldbelcontacten tijdens de zomervakantie, die worden afgewezen vanwege praktische bezwaren en het belang dat ouders zich richten op eigen opvoedingstijd. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van de minderjarige.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de zorgregeling vast met wisseldagen, vakanties en contactmomenten, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.