Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum. Betrokkene verblijft vrijwillig bij Stichting Emergis en ervaart ernstige psychische klachten, waaronder stemmen in haar hoofd en suïcidale gedachten, met impulsieve neigingen om naar huis te willen gaan.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene dat zij de voortzetting van de crisismaatregel wenst ter bescherming tegen zichzelf, mede vanwege het risico op het gebruik van wiet en mogelijke levensbedreigende gevolgen. De arts en advocaat van betrokkene onderschreven het verzoek en de noodzakelijke vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en beperking van bewegingsvrijheid.
De rechtbank oordeelde dat er een ernstig en onmiddellijk dreigend nadeel bestaat dat voortvloeit uit de psychische stoornis van betrokkene, waardoor de crisismaatregel noodzakelijk is. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend met de voorgestelde verplichte zorgmaatregelen, geldig tot en met 3 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 3 april 2024.