Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats] ;
1 april 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire stoornis. Betrokkene verblijft in een zorgaccommodatie en werkt sinds kort mee aan medicatie-inname, maar vertoont nog steeds dwaalgedrag en onvoorspelbaar gedrag dat gevaar oplevert voor zichzelf en anderen.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat, een psychiater in opleiding en een verpleegkundige aanwezig. De psychiater gaf aan dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om betrokkene gestructureerd medicatie te laten innemen en verdere ontregeling te voorkomen. Betrokkene en haar advocaat onderschreven dit standpunt.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder agressief en chaotisch gedrag, en dat verplichte zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht en opname in een accommodatie noodzakelijk en proportioneel zijn. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt daarom verleend tot en met 1 april 2024, met afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 1 april 2024 met verplichte zorgmaatregelen.