Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 26 oktober 2023;
- de brief van de GI van 9 februari 2024, ingekomen bij de griffie op 12 februari 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader. De minderjarige verblijft sinds november 2022 bij zijn vader op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing.
De gecertificeerde instelling gaf aan dat de basisveiligheid van de minderjarige sterk is verbeterd en dat hij het goed doet bij zijn vader, op school en op zijn werk bij een bouwmarkt. De vader werkt actief mee aan de hulpverlening, die inmiddels is gestart en gericht is op ondersteuning bij autisme en weerbaarheid. Er is een hulpverleningsplan opgesteld dat als borgingsplan fungeert, waardoor de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk wordt geacht.
De vader bevestigde tijdens de mondelinge behandeling dat het goed gaat met de minderjarige en dat er regelmatig contact is met de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van een borgingsplan en betrokkenheid van de moeder bij de toekomstige begeleid wonen trajecten.
Gezien de positieve ontwikkelingen en het vertrouwen in de voortzetting van de hulpverlening zonder dwangmaatregelen, heeft de rechtbank het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 23 februari 2024 en schriftelijk vastgelegd op 11 maart 2024.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing is afgewezen.