Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €365,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze aanmaningen heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.
De rechtbank concludeert dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het bestreden besluit niet inhoudelijk beoordeeld en blijft het in stand. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn af, omdat deze termijn niet is overschreden.