ECLI:NL:RBZWB:2024:1994
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en afwijzing verzoek vrijstelling gemeentelijke belastingen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waardes van twee onroerende zaken in Tilburg voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar had de waardes vastgesteld op respectievelijk €38.000 en €40.000. Na bezwaar werden deze waardes gehandhaafd, maar na verwijzing naar uitspraken van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in hoger beroep over het jaar 2020, stelde de heffingsambtenaar zich op het standpunt dat de waarde van één van de zaken (adres 1) moest worden verminderd naar €36.000.
De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen geen geschil meer hebben over de WOZ-waardes, behalve dat de waarde van adres 1 wordt verminderd tot €36.000 en de waarde van adres 2 gehandhaafd blijft. Het verzoek van belanghebbende om vrijstelling van betaling van gemeentelijke belastingen vanwege zijn gezondheidssituatie is afgewezen omdat de rechtbank niet bevoegd is om hierin te voorzien.
De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op adres 1 en vermindert de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig. Het beroep met betrekking tot adres 2 wordt ongegrond verklaard. Daarnaast wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed, maar proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: WOZ-waarde van één onroerende zaak verminderd naar €36.000 en aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd; verzoek vrijstelling gemeentelijke belastingen afgewezen.