Verdachte heeft zich in twee perioden, van 14 oktober tot 7 november 2022 en van 1 april tot 12 juli 2023, schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin door haar onder meer te bestoken met bloemen, cadeaus, telefoontjes, e-mails en berichten via haar dochter. Ondanks een stopgesprek door de politie zette verdachte zijn gedrag voort, wat leidde tot ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.
De rechtbank acht het bewezen dat verdachte wederrechtelijk en stelselmatig handelde zonder het oogmerk vrees aan te jagen. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en de bewijsvoering bestond uit diverse proces-verbalen en verklaringen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals behandeling bij een forensische polikliniek en een contact- en locatieverbod.
De rechtbank weegt mee dat verdachte in 2018 in Duitsland reeds is veroordeeld voor soortgelijk gedrag en dat hij onvoldoende zelfreflectie toont. Het slachtoffer ervaart nog steeds angst, stress en lichamelijke klachten en wil dat verdachte uit haar buurt blijft. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 2.141,29 voor materiële en immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 12 juli 2023.
De uitspraak bevat ook een vervangende hechtenis van 75 dagen indien de taakstraf niet wordt verricht en een gijzeling van 31 dagen bij niet-betaling van de schadevergoeding. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en uitgesproken op 26 maart 2024.