Uitspraak
1.[gedaagde in conventie 1]
2. [gedaagde in conventie 2]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over de afrekening van kosten voor gas, water en elektriciteit voor een recreatiewoning verhuurd vanaf februari 2020. Eiser vordert betaling van een bedrag van € 2.851,02, bestaande uit afrekening nutsvoorzieningen, incassokosten en wettelijke rente. Gedaagden voeren verweer en betwisten de vordering.
De kantonrechter stelt vast dat eiser niet tijdig een gespecificeerd overzicht van de kosten heeft verstrekt zoals vereist op grond van artikel 7:259 lid 2 BW Pro. De onderbouwing van de vordering bestaat uit een handgeschreven notitie met veronderstelde meterstanden en gemiddelde prijzen, zonder onderliggende facturen of bewijsstukken die het verbruik en de kosten aantonen. De stukken die later zijn ingebracht zijn onvoldoende specifiek en deels niet relevant voor de geclaimde periode of locatie.
Daarom wordt de vordering afgewezen. De bijkomende vorderingen voor incassokosten en rente worden eveneens niet toegewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagden, vastgesteld op € 464,00. De vorderingen in reconventie zijn ingetrokken en de kosten daarvan worden gecompenseerd. Het vonnis is gewezen door mr. Dijkman en uitgesproken op 17 januari 2024.
Uitkomst: De vordering tot betaling van kosten voor nutsvoorzieningen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.