ECLI:NL:RBZWB:2024:2021
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Phillips
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens ineffectiviteit en verharding relatie met gecertificeerde instelling
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarigen te verlengen tot 31 mei 2024. De minderjarigen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De kinderrechter constateert dat ondanks eerdere OTS-periodes de situatie niet is verbeterd en er geen zicht is op de thuissituatie en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.
De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) stellen dat hulpverlening noodzakelijk blijft, maar de GI heeft geen effectieve stappen gezet en er is sprake van een verharding in de verstandhouding met de moeder. De moeder betwist de noodzaak van de OTS, wijst op onjuiste informatie door de GI en geeft aan bereid te zijn tot medewerking.
De kinderrechter concludeert dat de OTS niet doelmatig is gebleken en dat de GI onvoldoende heeft geïnvesteerd in samenwerking met de moeder. De spanning en stress door de OTS hebben een negatief effect op de kinderen. Daarom wordt het resterende verzoek afgewezen en de OTS per 22 maart 2024 beëindigd.
De kinderrechter benadrukt dat de zorgen over de minderjarigen blijven bestaan en moedigt de moeder aan oog te houden voor de impact van het overlijden van de vader en het belang van een stabiele schoolgang. De moeder wordt geadviseerd een vertrouwenspersoon in te schakelen voor de relatie met de school.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt beëindigd en het resterende verzoek tot verlenging afgewezen wegens ineffectiviteit en verharding van de verstandhouding tussen moeder en GI.