ECLI:NL:RBZWB:2024:2042
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB in Goes
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een perceel van 855 m2 in de gemeente Goes. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €696.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2022 op. Belanghebbende voerde bezwaar en beroep aan tegen de vastgestelde waarde en aanslag, stellende dat de waarde maximaal €509.000 zou moeten zijn.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de referentiewoningen adequaat werden vergeleken en gecorrigeerd voor verschillen zoals uitstraling, voorzieningen en aanwezigheid van asbest. Belanghebbende bracht geen overtuigend tegenbewijs of eigen indexatiecijfers in.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen passend waren en dat de correcties en indexaties door de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk en aannemelijk waren gemaakt. Ook de door belanghebbende aangevoerde waardeverminderingen wegens asbest en onderhoud werden niet gegrond bevonden. De vermeende onredelijke waardestijging ten opzichte van het voorgaande jaar werd verworpen omdat de Wet WOZ vereist dat de waarde per peildatum opnieuw wordt vastgesteld.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €696.000 gehandhaafd.