Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt] ,geboren op [geboortedag] 1933 te [geboorteplaats] ;
26 april 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1933, vanwege haar psychogeriatrische aandoening en gevaarlijk dwaalgedrag.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf cliënt aan dat zij naar huis wil en ontkende de zorgen en het incident waarbij zij onderkoeld op straat werd aangetroffen. De specialist ouderengeneeskunde stelde dat cliënt lijdt aan Alzheimer dementie met geheugenproblemen, desoriëntatie en geen ziekte-inzicht, waardoor zij zorgmijdend is en niet veilig zelfstandig kan wonen.
De dochter bevestigde het dwaalgedrag en de nachtelijke wandelingen. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en verwaarlozing, en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om dit te voorkomen.
De rechtbank verleende de machtiging voor zes weken, ondanks het verzet van cliënt, en bepaalde dat de machtiging geldt tot en met 26 april 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig gevaar door Alzheimer dementie en dwaalgedrag.