Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
“het gestoffeerde appartement met slaapkamer en tuin, berging, parkeerplaats gemeenschappelijke tuin en fietsenstalling”;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser, eigenaar van een wooncomplex, afwijzing van de huurprijsverlaging die de Huurcommissie aan gedaagde, huurder van een loft met berging, heeft toegekend wegens wateroverlast in de berging.
De Huurcommissie had de huurprijs tijdelijk met 20% verlaagd vanwege vochtproblemen in de kelderberging, die deels onder water staat en optrekkend vocht vertoont. Eiser betwist dat er sprake is van een ernstig gebrek en wijst op maatregelen die hij heeft genomen, zoals ophoging en drainagetegels. Gedaagde stelt dat de berging inpandig is en dat de vochtproblemen het woongenot aantasten, met schade aan opgeslagen goederen.
De kantonrechter stelt vast dat er vochtoverlast is en dat de berging niet volledig bruikbaar is voor het beoogde doel. Wel is de overlast beperkt van aard en omvang, mede doordat niet het gehele jaar water staat en er mogelijkheden zijn om goederen droog te houden. Daarom is een huurprijsvermindering gerechtvaardigd, maar slechts van 2,5% in plaats van 20%, ingaande 1 september 2022. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 2,5% vanaf 1 september 2022 wegens wateroverlast in berging.