Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
4.De beslissing
woensdag 24 april 2024 te 09.00 uuropdat Casade dan bij akte aangeeft of en zo ja op welke wijze zij het verlangde bewijs wenst te leveren;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele procedure tussen Stichting Casade en gedaagde staat centraal of gedaagde hoofdverblijf houdt in de gehuurde woonruimte en of hij deze zonder toestemming heeft onderverhuurd. Na een tussenvonnis werd gedaagde in de gelegenheid gesteld nadere stukken te overleggen ter onderbouwing van zijn stelling dat hij onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in het gehuurde.
Gedaagde overlegt diverse bewijsstukken zoals energienota's, bankafschriften, foto’s, verzekeringspolissen en verklaringen van vrienden. Casade betwist de toereikendheid van deze stukken en wijst op onvoldoende verbruikgegevens, het ontbreken van bewijs over andere jaren dan 2022, en het feit dat gedaagde het gehuurde mogelijk heeft onderverhuurd. Ook wijst zij op de beperkte aard van de foto’s en verklaringen.
De kantonrechter overweegt dat gedaagde slechts aan zijn verzwaarde stelplicht hoeft te voldoen en concludeert dat hij dat met de overgelegde stukken heeft gedaan. Casade wordt vervolgens toegestaan bewijs te leveren dat gedaagde zonder toestemming het gehuurde geheel of gedeeltelijk heeft onderverhuurd of aan derden in gebruik heeft gegeven. De verdere beslissing wordt aangehouden en een rolzitting gepland om de wijze van bewijslevering te bespreken.
Uitkomst: Gedaagde voldoet aan verzwaarde stelplicht; eiseres krijgt gelegenheid bewijs te leveren van onderverhuur zonder toestemming; verdere beslissing aangehouden.