ECLI:NL:RBZWB:2024:2103
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Hertsig
- Römers
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid kennelijk niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Sierkstra, kantonrechter in de hoofdzaak. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter, gebaseerd op uitspraken tijdens een zitting op 25 januari 2024.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de wettelijke eisen, waaronder het tijdigheidsvereiste van artikel 37, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek werd pas op 11 maart 2024 ingediend, ruim zes weken na de zitting waarop de vermeende onpartijdigheid zou zijn gebleken.
Hierdoor concludeerde de wrakingskamer dat het verzoek niet tijdig was ingediend en derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. Op grond hiervan werd afgezien van een mondelinge behandeling en werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De wrakingskamer bepaalde dat de hoofdzaak met nummer 10635216 CV EXPL 23-2473 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de hoofdzaak wordt voortgezet.