ECLI:NL:RBZWB:2024:2148
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag coronasteun wegens onvoldoende wettelijke grondslag en eigen middelen
Eiseres diende een aanvraag in voor financiële steun ter compensatie van geleden schade door coronamaatregelen, specifiek gemiste marktgelden en extra kosten. Het college kende een beperkte tegemoetkoming toe maar wees de rest af op grond van een leidraad die stelde dat eiseres over voldoende eigen middelen beschikte.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de subsidieaanvraag af te wijzen omdat er destijds geen beleidsregels bestonden en de aanvraag niet voldeed aan de leidraad. Het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan die een hoger bedrag rechtvaardigden. Ook was er geen strijd met het gelijkheidsbeginsel, aangezien andere subsidieverleningen niet vergelijkbaar waren.
Verder werd een vordering tot vergoeding van dwangsommen wegens overschrijding beslistermijn afgewezen omdat de ingebrekestelling prematuur was. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor coronasteun wordt ongegrond verklaard.