ECLI:NL:RBZWB:2024:217
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging betalingsregeling door SVB
Verzoekers hebben bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van 16 november 2023, waarin werd aangekondigd dat incassomaatregelen in het buitenland worden gestart en de lopende betalingsregeling per december 2023 wordt beëindigd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting te behandelen. Verzoekers stelden dat het beëindigen van de betalingsregeling leidt tot incassoprocedures die hun financiële situatie ernstig belasten en hun levensonderhoud bedreigen. Tevens werd aangevoerd dat het primaire besluit evident onjuist en onrechtmatig is.
De rechter oordeelde echter dat er onvoldoende spoedeisend belang is, omdat op dat moment geen extra kosten werden geïncasseerd en er geen aanwijzingen waren dat de SVB al tot invordering was overgegaan. Ook werd geoordeeld dat het besluit niet evident onrechtmatig is, mede omdat de SVB goede redenen kan hebben voor de gekozen invorderingswijze.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het beëindigen van de betalingsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.