ECLI:NL:RBZWB:2024:2172
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toetsingsinkomen zorgtoeslag 2020 op basis van Participatiewet-uitkering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking zorgtoeslag 2020, waarin het toetsingsinkomen door de inspecteur was vastgesteld op basis van het belastbaar loon, inclusief nabetalingen uit voorgaande jaren. De rechtbank beoordeelde of dit toetsingsinkomen te hoog was vastgesteld.
De feiten tonen aan dat belanghebbende en zijn toeslagpartner in 2020 beiden een uitkering ontvingen op grond van de Participatiewet, waarbij het belastbaar loon van belanghebbende € 15.648,67 bedroeg, inclusief nabetalingen. Belanghebbende had geen aangifte IB/PVV gedaan over 2020.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het toetsingsinkomen niet te hoog had vastgesteld, omdat de loon- en inkomstenbelastingregels nabetalingen als belastbaar inkomen in het jaar van ontvangst beschouwen. De rechtbank benadrukte dat de hoogte van de zorgtoeslag zelf niet ter beoordeling stond in deze procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beschikking zorgtoeslag 2020 ongewijzigd blijft. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het toetsingsinkomen voor de zorgtoeslag 2020 is ongegrond verklaard.