ECLI:NL:RBZWB:2024:2173

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
BRE - 23 _ 2629
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing bezwaar huurtoeslag 2020 ongegrond verklaard

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking huurtoeslag 2020, specifiek tegen de hoogte van het toetsingsinkomen waarop de toeslag is gebaseerd. De inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Limburg. Deze verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Op de zitting van 27 maart 2024 werd vastgesteld dat het procesbelang van belanghebbende was vervallen doordat Belastingdienst/Toeslagen tegemoet was gekomen aan het bezwaar. Hierdoor kon belanghebbende materieel niet meer in een betere positie komen door deze procedure.

De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling tegen de inspecteur. Ook het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren en openbaar gemaakt op 4 april 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2629

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. J.B. Gubbels),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 25 november 2021.
1.1.
Belastingdienst/Toeslagen heeft aan belanghebbende een beschikking huurtoeslag voor het jaar 2020 gegeven.
1.2.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking huurtoeslag 2020. Belastingdienst/Toeslagen heeft het bezwaarschrift doorgestuurd aan de inspecteur om in behandeling te nemen als bezwaar tegen de hoogte van het toetsingsinkomen, waar de beschikking huurtoeslag 2020 op is gebaseerd.
1.3.
De inspecteur heeft het bezwaar bij uitspraak op bezwaar afgewezen. Daartegen heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank Limburg. Rechtbank Limburg heeft zich bij uitspraak van 21 april 2023 [1] onbevoegd verklaard en (onder meer) bepaald dat het beroepschrift moet worden doorgezonden aan rechtbank Zeeland-West-Brabant.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep van de toeslagpartner van belanghebbende met zaaknummer 23/2628, op 27 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde, en namens de inspecteur, mr. [inspecteur] .

Beoordeling door de rechtbank

2. Partijen zijn het er voor wat betreft de hoogte van het toetsingsinkomen over eens dat deze procedure geen belang meer heeft omdat Belastingdienst/Toeslagen tegemoet is gekomen aan het bezwaar van belanghebbende tegen de hoogte van de huurtoeslag voor het jaar 2020. Belanghebbende kan door deze beroepsprocedure dus materieel niet meer in een betere positie komen te verkeren.
2.1.
Deze procedure gaat dan alleen nog over de vraag of de inspecteur moet worden veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Daarvoor ziet de rechtbank geen aanleiding. De inspecteur is niet tegemoet gekomen aan belanghebbende en het is ook niet aan (de handelwijze van) de inspecteur te wijten dat het procesbelang aan deze procedure is komen te ontvallen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende heeft geen recht op een vergoeding van haar proceskosten en zij krijgt ook het door haar betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 4 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Rechtbank Limburg 21 april 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2669.