Eiser was sinds maart 2018 in dienst als automonteur bij gedaagde tegen een netto loon van €1.605,81 per maand. Gedaagde vroeg in november 2023 toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Het UWV verleende toestemming tot 18 januari 2024.
Eiser vorderde betaling van achterstallig loon van juni tot en met december 2023, doorbetaling van loon vanaf januari 2024 tot rechtsgeldige beëindiging, vakantietoeslag, wettelijke verhoging en rente. Gedaagde stelde dat de arbeidsovereenkomst per 31 december 2023 was opgezegd en dat loon tot die datum betaald zou worden.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet aan eiser was ontvangen en daarom niet rechtsgeldig was. Hierdoor blijft de arbeidsovereenkomst doorlopen en is loon vanaf januari 2024 verschuldigd. Het loon tot en met december 2023 minus reeds betaalde bedragen werd toegewezen, evenals de vakantietoeslag, wettelijke verhoging (gemaximeerd op 20%) en wettelijke rente. Gedaagde werd tevens veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en proceskosten.