Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 februari 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1972. Het verzoek omvatte meerdere vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen, beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en opname in een accommodatie.
Betrokkene erkende in haar referteverklaring dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek werd voldaan, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding als verplichte zorg. Zij zag af van het recht op een mondelinge behandeling en liet zich vertegenwoordigen door haar advocaat. Uit de medische stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, bipolaire stemmingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen, die leiden tot ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat de gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief zijn om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank wees het onderdeel van het verzoek tot toediening van vocht en voeding af wegens het ontbreken van noodzaak. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 19 februari 2025.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken door rechter Meyboom, met aanwezigheid van griffier Baremans, en staat cassatie open.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor verplichte zorg, met uitzondering van toediening van vocht en voeding.