De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De minderjarige is onder toezicht gesteld vanwege zorgen over de opvoedingssituatie bij de moeder, die kampt met psychische problemen, middelengebruik en een stressvolle leefomgeving.
Na een eerdere spoedmachtiging van twee weken is de situatie niet verbeterd. De moeder vertoont symptomen van wanen en heeft een terugval in soft- en harddrugsgebruik. De minderjarige heeft een ontwikkelingsachterstand en veel schoolverzuim gehad, maar maakt in het pleeggezin een goede start. Er is een begin gemaakt met contactherstel tussen moeder en kind.
De kinderrechter overweegt dat de wettelijke voorwaarden voor machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De machtiging wordt daarom verlengd tot 27 juni 2024, met het oog op verdere hulpverlening aan de moeder en het waarborgen van een stabiele en veilige omgeving voor de minderjarige. Het resterende verzoek wordt aangehouden in afwachting van een schriftelijk verslag over de voortgang van de hulpverlening.