Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een GGZ-accommodatie. Betrokkene vertoonde ernstig psychotisch gedrag, waaronder het veroorzaken van een verkeersongeval en fysiek verzet tegen zorgverleners.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene gehoord, evenals haar psychiater, verpleegkundige en moeder. De psychiater gaf aan dat betrokkene nog onvoldoende gestabiliseerd is en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft. Betrokkene wenst terug te keren naar huis, maar haar advocaat verzocht primair afwijzing van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van een ernstige psychische stoornis bestaat die onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt. De gevraagde verplichte zorgvormen, zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie, zijn noodzakelijk en proportioneel. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt verleend tot en met 2 april 2024, met uitzondering van overige zorgvormen waarvoor geen noodzaak is aangetoond.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorgvormen tot en met 2 april 2024.