Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die kampt met een psychotische stoornis en persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene was op 29 februari 2024 opgenomen in een GGZ-accommodatie na het aantreffen van gevaarlijke materialen in zijn woning.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan de opname niet te willen voortzetten en wilde hij terugkeren naar huis om voor zijn ouders te zorgen. De verpleegkundig specialist en arts in opleiding stelden echter dat er sprake is van een ernstig risico op acuut ernstig nadeel voor betrokkene en anderen, mede door paranoïde wanen en suïcidaliteit, en dat voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van een psychische stoornis gerechtvaardigd is en dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat niet kan worden afgewacht via een zorgmachtigingprocedure. De gevraagde zorgvormen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht zijn noodzakelijk en proportioneel.
De rechtbank wees het verzoek af voor overige zorgvormen waarvoor geen noodzaak bestond. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 25 maart 2024.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met noodzakelijke zorgvormen tot en met 25 maart 2024.