Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, die lijdt aan een verstandelijke handicap en psychische stoornis, voor de duur van zes maanden. Cliënt, geboren in 1990, is momenteel opgenomen in een zorgaccommodatie en wordt bijgestaan door een advocaat.
Tijdens de mondelinge behandeling op 7 maart 2024 werden cliënt, zijn begeleidster, waarnemend curator en zorgverantwoordelijke gehoord. Cliënt gaf aan dat hij clean is en graag zijn werk als vrachtwagenchauffeur wil hervatten, maar erkende ook de noodzaak van zorg. De zorgverantwoordelijke en curator benadrukten het belang van voortzetting van de behandeling en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.
De rechtbank constateerde dat cliënt lijdt aan een disharmonisch intelligentieprofiel met licht verstandelijke beperking, het Temple syndroom en een autismespectrumstoornis, wat leidt tot ernstig nadeel. Ondanks het verzet van cliënt achtte de rechtbank opname noodzakelijk om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing, agressie en gevaar voor veiligheid te voorkomen.
Gezien het positieve verloop van de zorg en de wens van cliënt tot een concreet perspectief, beperkte de rechtbank de machtiging tot vijf maanden in plaats van zes. De machtiging werd verleend tot uiterlijk 7 augustus 2024, met afwijzing van het meer of anders verzochte. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf verleend voor vijf maanden tot 7 augustus 2024.