Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 maart 2024 een beschikking gegeven naar aanleiding van een verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 1953, die verblijft in een GGZ-accommodatie.
Betrokkene vertoont een vermoeden van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Uit medische verklaringen en de mondelinge behandeling blijkt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis. Betrokkene vertoont daarnaast explosief dreigend en agressief gedrag, zowel binnen de zorginstelling als daarbuiten.
De rechtbank acht de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk, waarbij verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische handelingen, insluiting, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie worden toegestaan. Deze maatregelen zijn geclausuleerd en worden slechts toegepast bij escalatie, telkens maximaal zes uur. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank concludeert dat de zorg evenredig en effectief is en verleent de machtiging tot en met 28 maart 2024.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 28 maart 2024 met verplichte zorgvormen waaronder medicatietoediening en insluiting.