Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die klinisch was opgenomen vanwege een psychotische ontregeling veroorzaakt door middelengebruik. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, zijn vader, een psychiater en verpleegkundigen gehoord.
Betrokkene erkende dat het middelengebruik (wiet) de oorzaak was van zijn psychose en gaf aan dat hij klinische opname op een andere afdeling wenste, maar ook per direct ontslag kon accepteren. De psychiater gaf aan dat de psychose door medicatie was afgenomen en dat strikt genomen geen noodzaak meer bestond voor verplichte klinische zorg ter afwending van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Wel waarschuwde hij voor het risico van terugval bij hervat middelengebruik.
De rechtbank oordeelde dat er aanvankelijk sprake was van een situatie met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, maar dat op basis van actuele gegevens onvoldoende kon worden vastgesteld dat dit nog steeds het geval was. Hoewel er serieuze zorgen zijn over mogelijke terugval in middelengebruik, voldoet de situatie niet aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat niet langer sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.