ECLI:NL:RBZWB:2024:2296

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2024
Publicatiedatum
8 april 2024
Zaaknummer
C/02/416149 / FA RK 23-5428
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253ha BWArt. 1:253b BWArt. 1:251b BWArt. 1:252 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking meerderjarigverklaring minderjarige moeder voor gezagsuitoefening

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van een minderjarige vrouw geboren in 2006, die op het moment van de procedure nog minderjarig was, om haar meerderjarig te verklaren. Dit verzoek werd gedaan op grond van artikel 1:253ha BW, zodat zij het gezag over haar pasgeboren zoon kan uitoefenen. De moeder woont samen met de biologische vader van het kind, die het kind inmiddels heeft erkend en met wie zij de zorg en opvoeding wil delen.

Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, haar vader en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De moeder en haar vader steunden het verzoek, terwijl de biologische vader niet verscheen maar zich niet tegen het verzoek verzet. De Raad bracht naar voren dat de biologische vader psychisch kwetsbaar is, maar dat de betrokken GGZ tot het tweede levensjaar van het kind betrokken blijft, wat als positief werd beoordeeld.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was omdat de moeder de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Gezien de omstandigheden en de ondersteuning vanuit het netwerk en hulpverlening achtte de rechtbank het in het belang van zowel de moeder als het kind om het verzoek toe te wijzen. De meerderjarigverklaring brengt automatisch het gezag over het kind met zich mee voor de moeder. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep.

De rechtbank adviseerde de ouders om, indien zij gezamenlijk het gezag willen uitoefenen, een procedure te starten om het gezag gezamenlijk in het gezagsregister te laten opnemen. De beschikking werd uitgesproken door rechter Sumner op 8 april 2024 te Breda.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de minderjarige moeder meerderjarig en verleent haar het gezag over haar kind.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/416149 / FA RK 23-5428
datum uitspraak: 8 april 2024
beschikking betreffende meerderjarigverklaring
in de zaak van
[belanghebbende],
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A. Goedkoop te Breda.
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder van belanghebbende],
moeder van [belanghebbende] ,
wonende [woonplaats 2] ,
[de vader van belanghebbende],
vader van [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de biologische vader van [naam]],
(biologische) vader van [naam] ,
wonende te [woonplaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 15 november 2024 ontvangen verzoek met bijlagen, waaronder een door de (biologische) vader op 15 november 2023 ondertekende referteverklaring;
- de kennisgeving artikel 301 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) van de gemeente Tilburg;
- de uittreksels uit het gezagsregister betreffende [belanghebbende] en [naam] .
1.2.
Het verzoek is mondeling behandeld op 20 maart 2024. Bij die gelegenheid is verschenen [belanghebbende] , bijgestaan door haar advocaat. Tevens waren aanwezig de vader van [belanghebbende] . Ook was aanwezig een medewerker namens de Raad.
1.3.
Alhoewel correct opgeroepen, zijn [de moeder van belanghebbende] en [de biologische vader van [naam]] niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
[belanghebbende] is geboren op [geboortedag 1] 2006 te [geboorteplaats 1] en dus nog minderjarig. De ouders van [belanghebbende] zijn gezamenlijk belast met het gezag over haar.
2.2.
Op [geboortedag 2] 2024 is [belanghebbende] bevallen van een zoon, genaamd [naam] ,
geboren te [geboorteplaats 2] .
2.3.
De heer [de biologische vader van [naam]] voornoemd is de biologische vader van [naam] .

3.Het verzoek

3.1.
[belanghebbende] verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de kinderrechter haar meerderjarig verklaart.

4.De standpunten

4.1.
Ter onderbouwing van het schriftelijke verzoek is door en namens [belanghebbende] aangegeven dat zij momenteel minderjarig is en zij in verwachting is van haar eerste kind. De moeder wenst [naam] te gaan verzorgen en op te voeden. Daarbij verklaart de moeder de band van [naam] met de biologische vader te zullen bevorderen, hetgeen volgens de moeder reeds blijkt uit de omstandigheid dat zij samenwoont met de biologische vader.
Tijdens de mondelinge behandeling is door en namens de moeder hieraan toegevoegd, dat ondertussen op [geboortedag 2] 2024 [naam] is geboren en dat de biologische vader [naam] heeft erkend, waardoor hij inmiddels belast is met het gezag over [naam] . Tezamen met de vader wenst de moeder in het vervolg de belangrijke beslissingen over [naam] te gaan nemen. Bij de verzorging en opvoeding van [naam] ontvangen de ouders vanuit hun netwerk en vanuit de hulpverlening de nodige ondersteuning. Dat verloopt goed.
4.2.
De vader van [belanghebbende] verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij achter het verzoek staat.
4.3.
De Raad brengt naar voren dat hij vanuit diens professie bekend is met de vader van [naam] en dat in hem een zekere (psychische) kwetsbaarheid wordt gezien. Positief is volgens de Raad dat totdat [naam] 2 jaar oud is de GGZ in elk geval bij hem betrokken blijft.
Voor de Raad is dat een geruststellend idee en hij verklaart daarom het verzoek te kunnen ondersteunen.
4.4.
Uit de door [belanghebbende] ingediende referteverklaring blijkt dat de vader zich niet tegen het verzoek verzet.

4.De beoordeling

Wettelijk kader
4.1.
Op grond van artikel 1:253ha BW kan de minderjarige vrouw die als degene die het gezag heeft haar kind wenst te verzorgen en op te voeden, indien zij de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, de kinderrechter verzoeken haar meerderjarig te verklaren. Op grond van het derde lid van voornoemd artikel kan het verzoek ook voor de bevalling van de door de minderjarige vrouw worden gedaan. In dat geval wordt op het verzoek niet eerder dan na de bevalling beslist.
4.2.
Ingevolge het vierde lid van dit artikel willigt de kinderrechter het verzoek slechts in, indien zij dit in het belang van de moeder en het kind wenselijk oordeelt.
4.3.
Op grond van het tweede lid van artikel 1:253b BW verkrijgt de moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag, het gezag van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast.
Ontvankelijkheid
4.4.
[belanghebbende] heeft op [geboortedag 1] 2022 de leeftijd van 16 jaar bereikt. Zij voldoet daarom aan de hiervoor genoemde leeftijdseis, zodat [belanghebbende] kan worden ontvangen in haar verzoek.
Beoordeling
4.5.
Op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat inwilliging van het verzoek van de moeder om haar meerderjarig te verklaren in haar belang én in het belang van de minderjarige [naam] is. Hierbij wordt overwogen dat er voldoende vertrouwen bestaat dat de moeder, al dan niet met behulp van haar netwerk en de nodige hulpverlening, in staat zal zijn om verantwoordelijkheid over [naam] te gaan dragen dan wel keuzes te maken die in het belang van [naam] zullen zijn.
4.6.
Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat [belanghebbende] door de meerderjarigheidsverklaring op grond van artikel 1:253b BW automatisch met het ouderlijk gezag over [naam] wordt belast. Dit is anders waar het betreft de vader. Hij is nog niet belast met het gezag over [naam] . Immers, op grond van artikel 1:251b lid 1 sub b BW oefent de moeder en de persoon die een kind heeft erkend het gezag over hun kind gezamenlijk uit,
tenzijde voorziening in het gezag over het kind is komen te ontbreken. Daarvan is hier sprake, nu de moeder ten tijde van de erkenning van [naam] nog minderjarig was en daarom onbevoegd was tot het gezag. Derhalve was er op dat moment niemand belast met het gezag over [naam] . Indien de ouders alsnog gezamenlijk met het gezag over [naam] willen worden belast, geeft de rechtbank hen in overweging om – zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken – zich tot de rechtbank te wenden om het gezag alsnog in het gezagregister te doen opnemen op grond van artikel 1:252 BW Pro.
4.7.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door [belanghebbende] . Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

5.beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart de minderjarige [belanghebbende] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2006, meerderjarig;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2024, in tegenwoordigheid van Van Dongen, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.