Uitspraak
REHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere procesverloop
2.Verzoek
3.De nadere standpunten
4.De verdere beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag]
4 maart 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 maart 2024 een nadere beschikking genomen in een rekestprocedure inzake het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een opvolgende zorgmachtiging voor betrokkene, die momenteel verblijft in de Penitentiaire Inrichting Torentijd te Middelburg.
Betrokkene betwist de diagnose van een psychotische stoornis en stelt dat alleen ADHD is vastgesteld. Hij is het niet eens met de verplichte medicatie en stelt dat hij gemotiveerd is om zijn leven na detentie zonder drugs voort te zetten. De verpleegkundige en onafhankelijke psychiater bevestigen echter de aanwezigheid van meerdere psychische stoornissen, waaronder schizofreniespectrumstoornissen, en het risico op ernstig nadeel door zijn gedrag.
De rechtbank concludeert dat er geen vrijwillige zorgmogelijkheden zijn, betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en de noodzakelijke zorg alleen via verplichte zorg kan worden geboden. De machtiging wordt verleend voor twaalf maanden, met verplichte zorgvormen zoals medicatie, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in levensinrichting en opname. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De beschikking is mondeling gegeven door rechter Borm en schriftelijk vastgelegd op 4 april 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor twaalf maanden met specifieke zorgvormen gericht op medicatie, bewegingsvrijheid, levensinrichting en opname.