Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,, geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats];
21 september 2024,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2001. Betrokkene werd bijgestaan door zijn advocaat en was het niet eens met de diagnose schizofrenie en de noodzaak van verplichte zorg, met name het gebruik van medicatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werden ook een verpleegkundig specialist en de vader van betrokkene gehoord. De specialist bevestigde de noodzaak van medicatie vanwege psychotische klachten en ernstig nadeel bij ontregeling, terwijl betrokkene en zijn advocaat pleitten voor afwijzing of beperking van de machtiging. De vader gaf aan dat betrokkene stabieler is en openstaat voor begeleiding vanuit het FACT-team.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder agressie en wanen. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden en betrokkene weigert medicatie vrijwillig in te nemen. De rechtbank achtte verplichte medicatie en medische controles noodzakelijk, maar wees het verzoek tot controle op middelengebruik en beperkingen in de vrijheid af vanwege praktische uitvoerbaarheid en instemming van betrokkene en zijn vader met begeleiding.
De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden, korter dan de gevraagde twaalf maanden, met als doel stabilisatie en herstel van betrokkene. De beschikking is op 21 maart 2024 mondeling gegeven en op 4 april 2024 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en medische controles, en wijst overige vormen van verplichte zorg af.