Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
van de vader;
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ;
11 april 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 maart 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure over de voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in Stichting Emergis.
De officier van justitie verzocht om verlenging van de crisismaatregel, terwijl betrokkene en zijn advocaat pleitten voor beëindiging en terugkeer naar huis, mits medicatie goed wordt afgestemd. De psychiater en verpleegkundig specialist stelden dat betrokkene stabieler is geworden, maar dat de thuissituatie onhoudbaar is en ouders ernstig overbelast zijn. Er is een reëel risico op agressieve escalaties in de thuissituatie.
De rechtbank constateerde dat betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen en dat het dreigend ernstig nadeel bestaat, waaronder levensgevaar en agressie. Gezien de onveilige thuissituatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, achtte de rechtbank voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor drie weken tot 11 april 2024, met het dringende advies om binnen die termijn een passende verblijfslocatie te vinden.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene tot en met 11 april 2024.