ECLI:NL:RBZWB:2024:2322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning op €725.000
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2013 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €725.000 per 1 januari 2019. Hij stelt dat de waarde maximaal €600.000 bedraagt en heeft een eigen taxatierapport overgelegd. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op basis van een taxatiematrix met vergelijkingswoningen, waaronder woningen in een ander dorp.
De rechtbank beoordeelt dat het gebruik van referentiewoningen in een ander dorp geoorloofd is gezien het beperkte aantal vergelijkbare verkopen in de directe omgeving. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met verschillen in locatie, grondwaarde en objectkenmerken, zoals de oppervlakte en bouwjaar. Het taxatierapport van belanghebbende wordt als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege afwijkende referentiewoningen en verkoopdata.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en het betaalde griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €725.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.