Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere procesverloop
2.Verzoek
3.De nadere standpunten
4.De verdere beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ;
2 oktober 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 april 2024 het resterende deel van het verzoek tot een zorgmachtiging beoordeeld. Betrokkene, gediagnosticeerd met een bipolaire I stoornis en manische decompensatie, verblijft in een klinische setting waar zij onder begeleiding haar medicatie afbouwt. Hoewel de behandeling voorspoedig verloopt, is verplichte zorg noodzakelijk vanwege het risico op terugval en het afzien van vrijwillige behandeling bij decompensatie.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, een verpleegkundige van de HIC-afdeling en een arts aanwezig. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene en haar advocaat stemden in met voortzetting van de zorgmachtiging, met uitzondering van beperkingen op het gebruik van communicatiemiddelen. De arts en verpleegkundigen onderschreven dit standpunt, waarbij sommige vormen van verplichte zorg zoals insluiting en toezicht niet noodzakelijk werden geacht.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan ernstige psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder agressief gedrag en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van passende vrijwillige zorg en de expliciete weigering van betrokkene om behandeling voort te zetten zonder zorgmachtiging, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor zes maanden met specifieke vormen van zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar en de zorg is evenredig en effectief.
De beschikking is op 2 april 2024 mondeling gegeven en op 10 april schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor zes maanden met specifieke vormen van verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.