Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ;
2 april 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 april 2024 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, geboren in 2002, die lijdt aan diverse psychische stoornissen waaronder autisme en een eetstoornis. Betrokkene verblijft in een zorgaccommodatie en weigert vaste voeding, wat leidde tot ernstige medische complicaties.
Tijdens de mondelinge behandeling, die deels buiten aanwezigheid van betrokkene plaatsvond vanwege zijn kwetsbare toestand, werden de standpunten van de ouders, zorgverantwoordelijke en advocaat besproken. De ouders en zorgverantwoordelijke benadrukten het belang van voortzetting van verplichte zorg om terugval te voorkomen. Betrokkene zelf gaf aan geen behoefte te hebben aan een mondelinge beslissing.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornissen en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De gevraagde verplichte zorgvormen, waaronder toediening van voeding en medicatie, bewegingsbeperking, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname, zijn noodzakelijk en proportioneel. De maatregel insluiten werd niet toegewezen wegens onvoldoende noodzaak.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, met als doel het afwenden van ernstig nadeel, stabilisatie en herstel van betrokkene. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen om ernstig nadeel af te wenden.