Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] ;
2 april 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 april 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen en verslavingsproblemen. Betrokkene was aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat, en werd ook gehoord op de afdeling waar hij verblijft.
De officier van justitie verzocht om diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, insluiting en toezicht. Betrokkene en zijn advocaat steunden het verzoek, waarbij de advocaat pleitte voor beperking van de zorgmodaliteiten tot de noodzakelijke vormen, gezien betrokkene vrijwillig meewerkt aan andere zorg.
De psychiater gaf aan dat betrokkene stabiel is maar kwetsbaar blijft voor terugval, met name door stress en alcoholgebruik. De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die kan leiden tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg op dit moment onvoldoende bestendig is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk als stok achter de deur.
De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor twaalf maanden, met de volgende verplichte zorgvormen: bewegingsvrijheidsbeperking, onderzoek van de woonruimte op middelen en gevaarlijke voorwerpen, beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten inclusief communicatiemiddelen, en opname in een accommodatie. De overige gevraagde zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht.
De beschikking werd mondeling gegeven op 2 april 2024 en schriftelijk uitgewerkt op 10 april 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met beperkte vormen van verplichte zorg.