ECLI:NL:RBZWB:2024:2363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Haerkens-Wouters
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder wegens ongeschiktheid tot verzorging en opvoeding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht het gezag te beëindigen omdat de moeder door haar psychische problematiek en middelengebruik niet in staat is de verzorging en opvoeding te dragen. De minderjarige verblijft sinds 2021 onder toezicht en is meerdere malen uithuisgeplaatst.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij ook de minderjarige zijn mening kon geven, bleek dat het perspectief voor de minderjarige niet bij de moeder ligt. De moeder verzet zich niet tegen het verzoek en heeft een brief voorgelezen waarin zij symbolisch afscheid neemt van haar gezagsrol. De vader staat positief tegenover het verzoek en is bereid het gezag met eenhoofdig gezag op zich te nemen.
De rechtbank oordeelt dat de aanvaardbare termijn voor herstel van de moeder is verstreken en dat het belang van de minderjarige duidelijkheid en stabiliteit vereist. Het verzoek tot beëindiging van het gezag wordt daarom toegewezen en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige wordt beëindigd en het gezag wordt aan de vader toegekend.