Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 april 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het in vereniging voorbereiden van een plofkraak. Op 7 december 2022 werd verdachte samen met medeverdachten aangehouden nadat in hun voertuigen explosieven en aanverwante materialen werden aangetroffen. Verdachte ontkende wetenschap van de explosieven en betrokkenheid bij de voorbereidingshandelingen.
De rechtbank oordeelde op basis van het dossier, verklaringen en telefoongegevens dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van de explosieven en nauw samenwerkte met medeverdachten. Zo had verdachte contact met een medeverdachte die explosieven vervoerde en stuurde hij een waarschuwing via Snapchat toen hij werd aangehouden. Het vervoer van materialen die bestemd waren voor het veroorzaken van een ontploffing werd als medeplegen aangemerkt.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor een plofkraak. Gezien de ernst van het feit en de maatschappelijke impact werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Daarnaast werden inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van voorbereidingshandelingen voor een plofkraak.