ECLI:NL:RBZWB:2024:2420

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
12 april 2024
Zaaknummer
C/02/405218 / HA RK 23-10 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Fleskens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voorlopige deskundigenonderzoek geluidsmeting airco-installaties

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 februari 2024 een beschikking gegeven over een verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek. Verzoekers hadden een verzoek ingediend voor een geluidsmeting van twee airco-installaties die zich binnen twee meter van hun perceel bevinden. De rechtbank had eerder op 26 juni 2023 het verzoek toegewezen en de vragen aan de deskundige vastgesteld.

Belanghebbenden verzochten herziening van deze beslissing en stelden bezwaar tegen de benoeming van de voorgestelde deskundige vanwege eerdere betrokkenheid bij het geschil. De rechtbank zag geen reden om de beslissing te herzien maar besloot wel een andere deskundige te benoemen. Partijen werden in de gelegenheid gesteld zich over de nieuwe deskundige en het voorschot te uiten, maar zij reageerden niet, wat als instemming werd beschouwd.

De rechtbank benoemt een deskundige die een geluidsmeting zal verrichten en de mate van geluidsoverlast zal beoordelen aan de hand van beschikbare normen. Tevens zijn regels gesteld omtrent de betaling van het voorschot, het verloop van het onderzoek, de communicatie met partijen en de rapportage. Het onderzoek dient binnen vier maanden na betaling van het voorschot afgerond te zijn met een schriftelijk rapport.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek toe en benoemt een onafhankelijke deskundige voor een geluidsmeting van airco-installaties nabij het perceel van verzoekers.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/405218 / HA RK 23-10
Beschikking van 20 februari 2024
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[verzoeker 2],
wonende te [plaats] ,
verzoekers,
advocaat mr. K.M.J. Wartena te Eindhoven,
en

1.[belanghebbende 1] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[belanghebbende 2],
wonende te [plaats] ,
belanghebbenden,
advocaat mr. E. Beele te Tilburg.
Partijen worden hierna [verzoekers] en [belanghebbenden] genoemd worden.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking 26 juni 2023 van deze rechtbank, met alle daarin genoemde stukken,
- de brief van 4 juli 2023 van mr. [belanghebbenden] , met productie 3,
- de brief van 6 juli 2023 van mr. Wartena,
- de brief van 11 juli 2023 van de rechtbank,
- de brief van 22 januari 2024 van de rechtbank.
1.2.
Hierna is de zaak voor beschikking geplaatst.

2.De beoordeling

2.1.
In de beschikking van 26 juni 2023 heeft de rechtbank het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek toegewezen en de aan de deskundige te stellen vragen vastgesteld. Partijen zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om zich over de deskundige en het begrote voorschot in de kosten uit te laten.
2.2.
[belanghebbenden] heeft de rechtbank in een brief van 4 juli 2023 verzocht haar beslissing te herzien en het verzoek alsnog af te wijzen. In het geval de rechtbank niet terugkomt op haar beslissing, verzoekt [belanghebbenden] om een andere deskundige te benoemen, omdat de voorgestelde deskundige al eerder bij het geschil tussen partijen betrokken is geweest.
2.3.
[verzoekers] heeft erkend dat de deskundige in 2019 onderzoek heeft gedaan, maar stelt dat dit onderzoek zag op een ander onderzoek dan dat nu wordt verzocht. [belanghebbenden] heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.
2.4.
Bij brief van 11 juli 2023 heeft de rechtbank aan partijen bericht dat zij geen aanleiding ziet om op haar eerdere beslissing terug te komen. Wel zal zij een andere deskundige aanzoeken.
2.5.
Bij brief van 22 januari 2024 heeft de rechtbank partijen geïnformeerd dat zij een nieuwe deskundige bereid heeft gevonden om het onderzoek te verrichten. Daarbij zijn partijen opnieuw in de gelegenheid gesteld om zich over de deskundige en het voorschot uit te laten. Beide partijen hebben niet gereageerd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat zij instemmen met het voorstel. De rechtbank beslist daarom zoals hieronder is opgenomen, waarbij zij ook de te beantwoorden vragen nogmaals zal opnemen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt tot deskundige:
de heer ing. [deskundige] , verbonden aan [B.V.] ,
[adres] ,
[telefoonnummer] ,
[e-mailadres] ,
ter beantwoording van de volgende vragen:
a. Kunt u een geluidsmeting verrichten naar het geluidsniveau afkomstig van de twee airco-installaties die zich binnen 2 meter van het perceel van [verzoekers] bevinden?
Zijn er normen beschikbaar op basis waarvan het aanvaardbaar geluidsniveau bepaald kan worden onder de gegeven omstandigheden?
Zo ja, kan u de metingen analyseren en beoordelen aan de hand van deze normen?
Hoe beoordeelt u, in het licht van de voorgaande, de mate van geluidsoverlast die door [verzoekers] wordt ervaren?
Geeft uw onderzoek u aanleiding tot het maken van overige opmerkingen die mogelijk van belang zijn voor een beoordeling in deze zaak?
het voorschot
3.2.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 7.187,40 inclusief btw,
3.3.
bepaalt dat [verzoekers] het voorschot dient te voldoen en wel
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak
3.4.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.5.
bepaalt dat [verzoekers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.6.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.7.
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad
deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te
verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het
voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met
de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet
toereikend blijkt te zijn,
3.8.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te geven tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.9.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.10.
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is
gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de
gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken
en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen
gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.11.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.
Deze beschikking is gegeven door mr. Fleskens en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2024. [1]

Voetnoten

1.type: mvda