Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Tilburg, inclusief kosten van €42,60. De aanslag volgde op constatering dat op 2 oktober 2022 geen parkeerbelasting was voldaan voor een geparkeerde auto aan een adres in Tilburg.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, aangezien belanghebbende niet heeft betwist dat de parkeerbelasting niet is voldaan. De kern van het geschil betrof de hoogte en rechtmatigheid van de in rekening gebrachte kosten. Belanghebbende stelde dat de kosten niet kostendekkend zijn en dat bepaalde kostenposten, zoals parkeerautomaten en geldlediging, niet samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting.
De rechtbank overweegt dat deze kosten wel degelijk samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting en dat de raming van de totale kosten en het aantal naheffingen een maximale kostentoerekening van €42,59 per naheffing rechtvaardigt. De lichte overschrijding van €0,01 per naheffing wordt als verwaarloosbaar beschouwd. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de naheffingsaanslag gehandhaafd.