ECLI:NL:RBZWB:2024:2436
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep op WIA-uitkeringsbesluit door UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage was verlaagd naar 44,30%. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV het eerdere besluit heeft ingetrokken en een nieuw besluit heeft genomen waarin verzoekster weer voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is verklaard en recht heeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het UWV stemt in met deze vergoeding. De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster, waardoor een proceskostenvergoeding op zijn plaats is.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 50,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 12 april 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep.