ECLI:NL:RBZWB:2024:2443
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Hamburger
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onveilige thuissituatie
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, vanwege ernstige bedreigingen voor haar emotionele en fysieke veiligheid. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar heeft de onveilige situatie in stand gehouden, ondanks eerdere maatregelen. De minderjarige verblijft sinds eind maart 2024 in een pleeggezin op een geheime locatie.
De Raad voor de Kinderbescherming handhaaft het verzoek tot verlenging, onderbouwd met meldingen van huiselijk geweld, conflicten, onhygiënische omstandigheden en zorgen van de school. De moeder erkent fouten en heeft de relatie met de stiefvader verbroken, maar toont onvoldoende vertrouwen om de veiligheid te garanderen. De gecertificeerde instelling bevestigt dat de moeder het patroon van onveiligheid bagatelliseert en onvoldoende betrouwbaar is.
De kinderrechter oordeelt dat de spoedbeslissing van 28 maart 2024 in stand blijft en dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onverminderd aanwezig zijn. De moeder moet aantonen dat zij kan kiezen voor veiligheid en een plan van aanpak met de gecertificeerde instelling doorlopen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt van 25 april tot 28 juni 2024.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 28 juni 2024 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.