ECLI:NL:RBZWB:2024:2450
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht volksverzekeringen en aftrek negatieve inkomsten eigen woning
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2020. De inspecteur had de premie volksverzekeringen verminderd tot nihil, waarna alleen de inkomstenbelasting bleef staan. Belanghebbende stelde recht te hebben op het premiedeel van de heffingskortingen en een aftrekpost wegens negatieve inkomsten uit eigen woning.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en geen ingezetene van Nederland was. Ook verrichtte hij geen in Nederland belaste arbeid. Daarom was hij niet gerechtigd tot het premiedeel van de heffingskortingen. De bijdrage die belanghebbende betaalde in Duitsland voor zorg was geen premie volksverzekering.
Ten aanzien van de aftrekpost negatieve inkomsten uit eigen woning stelde de rechtbank vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een eigen woning in Nederland. Er waren geen stukken overgelegd over de woning of eigenwoningforfait. Daarom werd deze aftrekpost niet toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht toe aan de inspecteur. De uitspraak werd gedaan door rechter Boersma op 12 april 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; belanghebbende is niet premieplichtig voor de volksverzekeringen en heeft geen recht op aftrek wegens negatieve inkomsten uit eigen woning.